
Darwins evolutietheorie is de basis van de huidige natuurstudie. Iedereen heeft ervan gehoord, op school erover geleerd en iedereen kent Darwins begrip “the survival of the fittest”. Algemeen wordt aangenomen dat Darwin zijn theorie ontwikkelde na grondige studie van vinken op de Galapagoseilanden. Het begrip “the survival of the fittest” is echter niet bedacht door Darwin, maar door leerling en bewonderaar Herbert Spencer. En er kunnen serieuze vragen gesteld worden over de rol van de Darwinvinken voor de ontwikkeling van Darwins evolutietheorie.
Evolutie gaat over de aanpassing van planten en dieren (adaptatie), gaat over concurrentie in de strijd om het bestaan en het ontstaan van nieuwe soorten. Evolutie betreft uiterlijk/anatomie en overgeërfd instinct en gedrag. Daarbij confronteert evolutie ons met verrassingen: planten en dieren die genetisch niet nauw aan elkaar verwant zijn, lijken qua uiterlijke kenmerken of gedrag erg op elkaar (convergentie). Het tegenovergestelde (radiatie) komt natuurlijk ook voor: soorten verschillen duidelijk, maar zijn genetisch nauw verwant. Volgens Darwin verloopt evolutie traag, maar is dat ook zo in de stad? Zijn we met de stadsmerel geen getuige van snelle evolutie?
Het is de bedoeling om in de presentatie aan de hand van drie concrete casussen en theorie Darwins evolutietheorie uit te leggen.
| Datum: 3 November 2026 | Starttijd: 19.30 uur | Eindtijd: 21.30 uur | |
| Kosten: Vrienden van DMF/RMT: Gratis; KNNV-leden: Gratis; Niet- leden €2,50 | Meer informatie: https://enschede.knnv.nl | Locatie: De Museum Fabriek Het Rozendaal 11 7523 XG Enschede | |
| Koffie en Thee: Vrije gift!! | Foto’s: Elly Straatman | ||
| Spreker: Gerrit van der Meulen | |||